Onze inzet

De rente is nog steeds laag. Sinds 2015/2016 zien we een  herstel van de wereldeconomie. De verwachting is dat dit herstel flink zal toenemen in 2017/2018. Hoge werkloosheid, hoge overheidsschulden en lage en nog krimpende kredietverlening aan het bedrijfsleven zijn voor de Europese Centrale Bank redenen om de rente laag te houden. Op basis van deze verwachtingen zijn bij de begroting 2018 rentepercentages ingezet van -0,4 tot 0% voor kasgeldleningen en 0,5 tot 2% voor langlopende leningen.

Rentetoerekening

Het schema hieronder toont

  • de rentelasten van de externe financiering
  • het renteresultaat
  • de wijze van rentetoerekening
  • de verwerking van de rentelasten en -baten in de begroting en de jaarstukken

De rentevergoeding over het eigen vermogen wordt berekend met een rentepercentage van 2,87%. Dit percentage is gebaseerd op het gewogen gemiddelde van de externe rentelasten over de lang- en kortlopende leningen. Het toerekenen van de werkelijke rentekosten aan de taakvelden doen we via het renteomslagpercentage. De gemeente Zutphen hanteert een omslagrente van 1,8%. De basis hiervoor is de boekwaarde van de activa die bij de taakvelden hoort.
De omslagrente mag op een veelvoud van een half procent worden afgerond. De omslagrente mag maximaal 0,5% afwijken van het werkelijke rentepercentage dat aan de taakvelden moet worden toegerekend. De gemeente mag dit percentage afronden op 2%. Bij toepassing van 2% renteomslag bedraagt het renteresultaat € 23.000. Dit is een afwijking van 0,2% (=minder dan 0,5%).

Renterisico

Het renterisico op de vaste schuld is in de wet FIDO omschreven als: ‘de mate waarin het saldo van de rentelasten en de rentebaten van een openbaar lichaam verandert door veranderingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van een jaar of langer’.
Het renterisico op de vaste schuld moet voldoen aan de renterisiconorm. Deze norm is in een wettelijke uitvoeringsregeling uitgewerkt als een bedrag ter hoogte van 20% van de begroting. Het doel is zo spreiding te krijgen in de rentetypische looptijden in de leningenportefeuille, waardoor een verandering in de rente vertraagd doorwerkt op de rentelasten.

Prognose renterisico

Omschrijving

2018

2019

2020

2021

1a.Rente herziening op vaste schuld o/g
1b.Reneherziening op vaste schuld  u/g
2.  Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
3.  Betaald aflossingen
4.  Renterisico op vaste schuld (2+3)

Renterisiconorm
5. Rentenorm (20% van omvang begroting per 1 januari)
7.  Aflossingen en renteherzieningen (netto)

3.370
0
3.370
7.979
11.349

32.956
11.349

0
0
0
7.657
7.657

32.314
7.657

0
0
0
7.695
7.695

31.527
7.695

0
0
0
9.735
9.735

31.315
9.735

6a.Ruimte onder de risiconorm (5-7)

21.607

24.657

23.832

21.580

(bedragen x € 1000)

Uit deze tabel blijkt dat het renterisico op de vaste schuld binnen de wettelijk gestelde normen blijft.

Leningenportefeuille

In onderstaand overzicht geven wij de mutaties in de leningenportefeuille weer. 

(bedragen x € 1.000)

Bedrag

Gemiddelde rente

Invloed op gem. rente

Beginstand per 1 januari 2018
Nieuwe leningen
Reguliere aflossingen
Vervroegde aflossingen

105.003
0
-7.979
0

3,26%
0,00%
3,60%
0,00%

0,00%
-0,03%
0,00%

Eindstand per 31 december 2018

97.024

3,23%

-0,03%

Portefeuille vaste uitzettingen per 1 januari 2018

In onderstaande tabel staan de verstrekte langlopende leningen. De leningen zijn voornamelijk aan woningcorporaties. De rente en aflossing van de leningen verstrekt aan de Stichting Hanzehof Zutphen wordt verrekend met de subsidie die de Hanzehof krijgt.

Naam geldnemer (bedragen x €1.000)

Nominaal

Restant uitzetting

Weging in portefeuille

Vaste uitzettingen publieke taak
Woningcorporaties
Overige instellingen
Totaal uitzettingen publieke taak

23.164
13.671
36.835

10.965
11.765
22.730

44,79%
48,06%
92,85%

Totaal vaste uitzettingen geen publieke taak

8.757

1.751

7,15%

Totaal vaste uitzettingen

45.592

24.481

100,00%

Rentekosten en -opbrengsten verbonden aan financieringsfunctie per 1 januari 2018

Dekking (bedragen x € 1.000)

Rente %

bedrag

Rente kosten

Kortgeld
Onderhandse lening

-0,35
3,23

14.908
105.003

-52
3.392

Totaal

119.911

3.340

Kasgeldlimiet

Voor het bepalen van de liquiditeitspositie (de mate waarin we op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kunnen voldoen) is de kasgeldlimiet belangrijk. De kasgeldlimiet geeft aan hoe hoog de kortlopende schuld maximaal mag zijn. Als kort geldt een termijn van maximaal 1 jaar. Over kort geld krijgen we in de huidige geldmarktsituatie een lagere rentevergoeding dan over lang geld.
De kasgeldlimiet is bedoeld om ons ervoor te behoeden dat de rentelasten opeens fors stijgen, omdat de rente voor kort geld sterk kan fluctueren.
De kasgeldlimiet is het begrotingstotaal bij het begin van het jaar x 8,5%. Dit percentage is via een ministeriële regeling vastgesteld. Voor 2018 bedraagt deze limiet € 14 miljoen, gebaseerd op een begrotingsomvang van € 165 miljoen. Binnen de limiet mag in de financieringsbehoefte worden voorzien met kortlopende financieringsmiddelen. Ieder kwartaal wordt de stand van de netto vlottende schuld van de gemeente getoetst aan de kasgeldlimiet.

Liquiditeitspositie

De uitgaven en inkomsten van de gemeente lopen niet synchroon in de tijd. We moeten soms geld lenen om tijdig te kunnen betalen, soms hebben we (tijdelijk) geld over. Ook moeten we investeringen financieren: in korte tijd worden uitgaven gedaan die pas over een veel langere periode worden afgeschreven.
Om de treasuryfunctie goed te kunnen uitvoeren is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van wezenlijk belang. Hiervoor is een liquiditeitsprognose opgesteld. Volgens de liquiditeitsplanning overschrijden we de kasgeldlimiet alleen in het 4e kwartaal van 2018 .

Wet HOF (Houdbare overheidsfinanciën)

In het wetsvoorstel Houdbare overheidsfinanciën gaat het om strengere regels om te zorgen dat het Nederlandse begrotingstekort beperkt wordt tot 3%. Gemeenten dragen bij aan het begrotingstekort van de collectieve sector.
Door een verschil in boekhoudstelsels tussen Rijk en gemeenten worden investeringen nu als tekortvergroting voor het EMU-saldo aangemerkt. Het wetsvoorstel bepaalt dat niet alleen het Rijk maar ook de gemeenten zich moeten houden aan de strengere begrotingsregels en sanctiemogelijkheden. Het aandeel van gemeenten gezamenlijk in de 3% is 0,38%-norm.
Lagere overheden moeten hun tekort onder de af te spreken percentages houden. Als dat niet gebeurt, kunnen gemeenten en provincies een boete krijgen. De berekening van het EMU-saldo voor Zutphen komt uit op € 3.7 miljoen. Hieronder vindt u een gedetailleerde onderbouwing.