Doelstellingen

We gaan verstandig om met geld van de inwoners. We lenen alleen geld voor de publieke taak. Om de rentelasten zo laag mogelijk te houden, lenen we alleen als we te weinig eigen geld hebben.
Als we lenen, doen we dat tegen zo laag mogelijke kosten en zorgen we dat we de renterisico's in de hand houden.
We maken elk jaar een overzicht van alle inkomsten en uitgaven (liquiditeitsprognose). Zo weten we wat we maandelijks moeten lenen.
Door onze eigen reserves te gebruiken, hoeven we geen geld van anderen te lenen. Dit scheelt rentelasten. Voor de berekening van de bespaarde rente hanteren we voor 2018 een omslagrente van 1,8%. Dit betekent dat alle investeringen profiteren van de lage rente en dat wij de bespaarde rente deels weer toevoegen aan de reserves.

Beleggen en schatkistbankieren

Als wij spaargeld hebben, moeten we dat onderbrengen bij het ministerie van Financiën. Dit geld mag alleen in rekening-courant en via deposito’s worden bewaard bij het ministerie of worden uitgeleend aan andere gemeenten.

Kasbeheer

Onze kaspositie schommelt per dag. De NV Bank Nederlandse Gemeenten beheert onze saldi. Maximaal mogen we 20 miljoen in het rood staan. Om dat te voorkomen lenen we tijdelijk geld voor periodes van minder dan een jaar. Dit zijn zogenaamde kasgeldleningen.