Financieel overzicht

Financiële kengetallen

Met ingang van de begroting 2016 en de jaarrekening 2015 zijn gemeenten verplicht om financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Met ingang van de begroting 2017 zijn gemeenten ook verplicht om kengetallen op te nemen voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar.
Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting/jaarrekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente.

Omschrijving

Realisatie

  Begroting

2016

2017

2018

2019

2020

2021

1a. Netto schuldquote

85,0%

106,7%

112,2%

104,2%

98,5%

103,6%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

70,0%

88,0%

93,3%

86,2%

81,0%

88,3%

2.   Solvabiliteitsratio

28,0%

21,5%

19,5%

20,0%

21,1%

20,8%

3.   Grondexploitatie

29,0%

37,4%

37,4%

33,7%

31,8%

31,2%

4.   Structurele exploitatieruimte

-3,0%

-1,1%

0,1%

1,0%

1,4%

0,9%

5.   Gemeentelijke belastingcapaciteit

92,0%

87,7%

88,9%

88,9%

88,9%

88,9%

Er is geen wettelijk vastgestelde normering voor de kengetallen. Het Ministerie van BZK heeft samen met enkele provincies, waaronder de provincie Gelderland, signaleringswaarden vastgesteld waaraan de kengetallen kunnen worden getoetst. De signaleringswaarden zijn in drie categorieën verdeeld, waarbij categorie A als minst en categorie C als meest risicovol kan worden bestempeld.  

Omschrijving

Signaleringswaarden

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1a. Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90%

90-130%

>130%

2.   Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

3.   Grondexploitatie

<20%

20-35%

31,8%

4.   Structurele exploitatieruimte

begr. én mjr. >0%

begr. of mjr. >0%

begr. én mjr. <0%

5.   Gemeentelijke belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

Toelichting financiële kengetallen

Netto schuldquote

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens weer doorgeleend zijn aan derden die op hun beurt weer aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle doorgeleende gelden.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Grondexploitatie

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningbouwprojecten kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lager solvabiliteitsratio.

Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing van een lening) te dekken.

Belastingcapaciteit

De onroerende zaakbelasting is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. Op voorstel van de stuurgroep die naar aanleiding van het advies door de Commissie vernieuwing BBV is ingesteld, is ervoor gekozen om de belastingcapaciteit te relateren aan landelijk gemiddelde tarieven. Ook wordt voortaan in de meicirculaire van het gemeentefonds een overzicht opgenomen met de (ontwikkeling van de) gemiddelde lastendruk van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt).